Media

Een ontwikkeling in beweging

‘Alles is met elkaar verbonden, een deel van een groter geheel, dat zich in een golfbeweging ontwikkelt.’ Anneke Coppoolse

door Mariëlle Koenders

Vrij

Het hierboven vermelde citaat is zeker van toepassing op de ontwikkeling die Anneke Coppoolse (1944) in haar werk doormaakt. Elke nog te maken stap wordt door haar weloverwogen en bedachtzaam gemaakt en is een aanwijsbaar gevolg van de voorafgaande. Van 1991 to 1996 volgde ze een cursus keramiek bij de Middelburgse keramiste Jackie Bongers. Van haar leerde zij de basistechnieken, zoals werken met rolletjes klei en platen, maar kreeg ze ook vrij snel door wat ze wel en niet met klei wilde. Want hoewel ze het draaien van klei een mooi vak vindt, beperkt het haar: ‘Je zit steeds in dat rondje te draaien.’ Ze is inmiddels cursiste af en werkt sinds een aantal jaren aan huis in een kleine werkplaats. Ze heeft hier niet veel nodig. Eigenlijk is deze werkplaats synoniem met Annekes werk: helder en eenvoudig. Aanvankelijk wilde Anneke een cursus grafische technieken gaan volgen, maar omdat deze niet doorging, besloot ze in plaats daarvan een cursus keramiek te volgen. In die tijd was ze al bekend met het werk van Johan van Loon en Henk Wolvers. Achteraf gezien, zo vertelt ze, waren het deze heren die met hun werk haar het laatste duwtje gaven naar de keuze voor keramiek! Ze heeft bewondering voor de lef die uit hun werk spreekt en hun toepassing van kleur en structuur. Misschien heeft dit wel weer een beetje te maken met Annekes werkverleden: ze was van 1967 tot en met 1990 (onder andere) docente in het vak textiel: ‘Alles is met elkaar verbonden…’

Kleur en vorm

De serie ‘Grassen’ heeft ze gemaakt door te werken met platen klei. In de uitgerolde klei snijdt Anneke langwerpige punten. Vervolgens worden deze puntvormen rond gebogen en op enkele plekken aan elkaar geplakt. Oxides past Anneke alleen toe om het werk de juiste kleur te geven. Kleur moet het werk versterken, er is in haar werk geen ruimte voor een decoratief element. De ‘Grassen’ komen regelmatig terug, maar hun vormen worden minder organisch. In plaats van ‘Grassen’ spreekt Anneke nu liever over ‘Groeivormen’. Zo geeft ze zichzelf wat meer vrijheid.

Drie gelijkvormige ‘Schalen’ geven goed aan hoe bedachtzaam en zorgvuldig Anneke naar een voor haar juist gebruik van glazuur zoekt. De schalen zijn net als de ‘Grassen’ uit kleiplaten gevormgd. Door goed naar de vorm van de schaal en de kleihuid te kijken, is ze tenslotte op drie varianten uitgekomen. Het buigen van (iets drogere) klei zorgt voor scheurtjes en andere oneffenheden in de kleihuid. Deze zijn door Anneke bij schaal één verder opengewerkt en met oxides geaccentueerd. Bij schaal twee is de oppervlakte van de kleihuid heel wat losser benaderd: ingewassen met oxides en voorzien van een transparant glazuur. De derde en laatste schaal voorspelt eigenlijk al een beetje hoe het nieuwere werk eruit gaat zien. Grafische lijnen zijn op een lichte ondergrond gezet. Hun functie is de schaalvorm te accentueren. De hele vorm oogt hierdoor lichter dan schaal één en twee. Sterker nog, hij lijkt haast van de grond te komen! De volgende ‘Schalen’ verliezen door formaat en compositie helemaal hun functie van schaal. Van kleine vierkante plaatjes zijn de hoekjes omhoog gekruld. Een aantal van deze vormpjes bij elkaar doet denken aan schepen of golven. Nieuwsgierig naar nieuwe beelden stapelt Anneke ze op elkaar en kijkt ze wat er gebeurt bij het omdraaien van deze vormen. Een volgende ‘golfbeweging’ is hiermee in gang gezet: de serie ‘Rollers’. Door het gebruik van een nieuwe vorm – de ‘Roller’ – is Anneke nu in staat beweging te suggereren in één element. Herhaling van deze vormen zorgt optisch voor nog meer beweging. Opnieuw zoekt Anneke op haar haast grafische wijze uit, wat de functie van kleur in deze context zou kunnen zijn. Door de ‘Rollers’ aan één zijde van kleur te voorzien, ontstaat er een reflectie op de ongekleurde zijde.

Wisselwerking met omgeving

Muur van water

Muur van water

Vorig jaar was het precies vijftig jaar geleden dat onder andere in Zeeland de dijken doorbraken. De verhalen uit die tijd kan zij zich nog goed herinneren. Eén zin hieruit heeft ze letterlijk vertaald in klei: ‘Een muur van water’. Hoewel dit werk slechts achttien centimeter hoog is, geeft het een monumentale indruk. Het met opzet gemaakte contrast tussen de wel en niet met sintererengobe bewerkte kleihuid is groot. Het versterkt hierdoor een golvend ritme. Omdat de ‘Rollers’ elk even lang zijn, eindigt dit ritme net zo plotseling als het begonnen is, wat wordt versterkt door de twee rechtopstaande glasplaatjes. ‘Vloedgolf’ is een andere vertaling in klei, waarmee Anneke heeft geprobeerd beweging te vangen. De beweging wordt versterkt door verticale strepen in de kleihuid. Wanneer een werk af is, neemt ze het bij voorkeur mee naar het strand van Rithem. Op deze plek maakt ze graag foto’s van het werk ter presentatie. Het is geen toevallig decor. Er is een wisselwerking tussen haar werk en deze omgeving.

Dit geldt ook voor een andere stroming in het werk van Anneke: manshoge tuinobjecten. Deze objecten – half steengoed, half metaal – spelen met de ruimte een luchtig spel van lijn, vorm en schaduw. Als basisvorm kiest ze de cirkel, de driehoek of de rechthoek. Het gebruik van vierkanten in de tuinobjecten levert voor haar geen spannend beeld op. In zelfgemaakte mallen worden de vormen gevouwen en gedroogd. Als groep ontstaat er een beweging. De eigenaar van deze objecten heeft hier zelf invloed op door de objecten elk hoger of lager in de grond te steken. De steengoedklei wordt hoog gebakken en aan de bovenzijde voorzien van een mat wit glazuur. Zo probeert Anneke een zeker schaduweffect te versterken. Haar laatste tuinobjecten zijn minder fragiel. Uitgangspunt is nu geen vlak driehoekje, maar een ruimtelijk driehoekje: de trechtervorm. Net zoals bij de ontwikkeling in het vrije werk, is Anneke nu ook met haar tuinobjecten druk bezig om beweging te suggereren in één element. Ze denkt erover om te gaan experimenteren in onderlinge grootte. Het hele element staat er nu tamelijk recht bij, maar ook hierin ziet ze nog diverse mogelijkheden om uiteindelijk te komen tot ‘haar beweging’.