![]() |
Een ontwikkeling in beweging'Alles is met elkaar verbonden, een deel van een groter geheel, dat zich in een golfbeweging ontwikkelt.' Anneke Coppoolse door Mariëlle Koenders
Kleur en vorm Drie gelijkvormige ‘Schalen’ geven goed aan hoe bedachtzaam en zorgvuldig Anneke naar een voor haar juist gebruik van glazuur zoekt. De schalen zijn net als de ‘Grassen’ uit kleiplaten gevormgd. Door goed naar de vorm van de schaal en de kleihuid te kijken, is ze tenslotte op drie varianten uitgekomen. Het buigen van (iets drogere) klei zorgt voor scheurtjes en andere oneffenheden in de kleihuid. Deze zijn door Anneke bij schaal één verder opengewerkt en met oxides geaccentueerd. Bij schaal twee is de oppervlakte van de kleihuid heel wat losser benaderd: ingewassen met oxides en voorzien van een transparant glazuur. De derde en laatste schaal voorspelt eigenlijk al een beetje hoe het nieuwere werk eruit gaat zien. Grafische lijnen zijn op een lichte ondergrond gezet. Hun functie is de schaalvorm te accentueren. De hele vorm oogt hierdoor lichter dan schaal één en twee. Sterker nog, hij lijkt haast van de grond te komen! De volgende ‘Schalen’ verliezen door formaat en compositie helemaal hun functie van schaal. Van kleine vierkante plaatjes zijn de hoekjes omhoog gekruld. Een aantal van deze vormpjes bij elkaar doet denken aan schepen of golven. Nieuwsgierig naar nieuwe beelden stapelt Anneke ze op elkaar en kijkt ze wat er gebeurt bij het omdraaien van deze vormen. Een volgende ‘golfbeweging’ is hiermee in gang gezet: de serie ‘Rollers’. Door het gebruik van een nieuwe vorm – de ‘Roller’ – is Anneke nu in staat beweging te suggereren in één element. Herhaling van deze vormen zorgt optisch voor nog meer beweging. Opnieuw zoekt Anneke op haar haast grafische wijze uit, wat de functie van kleur in deze context zou kunnen zijn. Door de ‘Rollers’ aan één zijde van kleur te voorzien, ontstaat er een reflectie op de ongekleurde zijde.
Wisselwerking met omgeving Dit geldt ook voor een andere stroming in het werk van Anneke: manshoge tuinobjecten. Deze objecten – half steengoed, half metaal – spelen met de ruimte een luchtig spel van lijn, vorm en schaduw. Als basisvorm kiest ze de cirkel, de driehoek of de rechthoek. Het gebruik van vierkanten in de tuinobjecten levert voor haar geen spannend beeld op. In zelfgemaakte mallen worden de vormen gevouwen en gedroogd. Als groep ontstaat er een beweging. De eigenaar van deze objecten heeft hier zelf invloed op door de objecten elk hoger of lager in de grond te steken. De steengoedklei wordt hoog gebakken en aan de bovenzijde voorzien van een mat wit glazuur. Zo probeert Anneke een zeker schaduweffect te versterken. Haar laatste tuinobjecten zijn minder fragiel. Uitgangspunt is nu geen vlak driehoekje, maar een ruimtelijk driehoekje: de trechtervorm. Net zoals bij de ontwikkeling in het vrije werk, is Anneke nu ook met haar tuinobjecten druk bezig om beweging te suggereren in één element. Ze denkt erover om te gaan experimenteren in onderlinge grootte. Het hele element staat er nu tamelijk recht bij, maar ook hierin ziet ze nog diverse mogelijkheden om uiteindelijk te komen tot ‘haar beweging’.
|